In de krant staat een hartelijk voorwoord van Burgemeester Franc Weerwind en comedian en inspirational coach Jörgen Raymann vertelt openhartig over zijn financiële zaken. We zijn er trots op en dankbaar voor dat deze bekende Almeerders aan onze krant wilden meewerken. Maar, heel eerlijk, nog trotser zijn we op de vrijwilligers en medewerkers die in zeven interviews een gepassioneerde blik geven op de samenwerking tussen deelnemers en vrijwilligers. In de krant zijn de artikelen noodgedwongen kort, maar op de site hebben er een aantal de lengte die ze verdienen.
Hier ga je naar de landingspagina van de krant.
Wil je meer weten over vrijwilliger zijn bij Humanitas: hier moet je zijn.
Sandra is bij Humanitas Almere projectcoördinator voor het programma Taalent. Het gaat over taal, dus we spreken af in De Nieuwe Bibliotheek. Een terecht gekozen locatie, zo blijkt, want we kunnen geen hoek omslaan of ze komt een bekende tegen. Hartelijk wordt er gegroet en hartstochtelijk wordt er over taal gesproken. Er klinkt zoveel vreugde en passie uit de ontmoetingen, het is overweldigend. Sandra is hier helemaal in haar omgeving én in haar element. Als we voor de foto’s tussen de boekenkasten gaan staan, dwalen haar ogen af naar titels, haar vingers betasten ruggen en glijden vluchtig over covers. Zachtjes mompelend over hoe mooi dit boek wel is en hoe interessant het ander. Ik voel mij een indringer in haar wereld en een dief van haar tijd, want ze lijkt het liefst te versmelten met de onuitputtelijke woorden- en gedachtenrijkdom die ons omringt. Hier, in de kathedraal van kennis die onze bibliotheek is. Ehh, Sandra….
“Weet je wel hoeveel mensen (er) in Nederland laaggeletterd zijn? 2,5 miljoen.” zegt Sandra zelf, zonder mijn antwoord af te wachten. Gelukkig maar, want ik wist het niet. “In Almere zijn het er naar schatting tussen de 16 en 20 duizend. Dat zijn er bijna net zoveel als er in heel Almere-Haven wonen.” Ze kijkt mij doordringend aan, terwijl ik mij voorstel dat al mijn dorpsgenoten een taalachterstand hebben. Dat is niet zo, maar de toon is gezet: taalachterstand is nogal een probleem.
Geen Whatsapp
Sandra gaat ervan uit dat de interviewer taalvaardig genoeg is om haar razendsnelle woordenstroom te vangen: “Iemand die de taal niet voldoende machtig is, kan echt in de problemen komen. Sowieso kom je niet mee met de rest. Je kunt geen formulieren invullen, je kan de bustijden niet ontcijferen, geen DigID aanvragen. Denk je dat je kunt Whatsappen? Nee dus. Kun je wel met een mobiele telefoon overweg dan? Jawel, maar makkelijk is het niet. Je kunt niet communiceren met de overheid, je begrijpt de brieven, rekeningen en aanslagen niet. Voor je het weet zit je in de schulden zonder eigenlijk door te hebben hoe dat nou gekomen is. Dat is allemaal heel erg en het hoeft niet altijd zover te komen, maar het is wel altijd zo dat je als laaggeletterde gewoon niet mee komt. Je hoort er niet bij.”
“Er zijn mensen die voortijdig met school zijn gestopt, een praktijkopleiding deden en de taal steeds minder en minder gebruiken om er na een tijdje achter komen dat ze een probleem hebben met het schrijven of het lezen. Wij kunnen ze helpen! Er zijn laaggeletterden voor wie Nederlands hun tweede taal is. Niet zelden zijn ze hoog opgeleid. Die weten wat er schort. Wij kunnen ze helpen! Er zijn veel ouderen die hun taalvaardigheid kwijtraken, gewoon omdat ze in een steeds kleinere wereld komen: niemand om mee te praten. Wij kunnen iedereen helpen. Je begrijpt dat we de vraag heel zorgvuldig matchen, want we willen een vrijwilliger die precies brengt wat een deelnemer nodig heeft.”
Spreekwoordelijke donkere wolken pakken zich samen boven onze bibliotheek bij het horen van zoveel rampenscenario’s, maar Sandra blaast ze uit de lucht. “Ik durf te zeggen, al na zes maanden is er bij iedereen die meedoet een enorm verschil. Het werkt echt! Mensen kunnen ineens dingen zelf doen en gaan weer in zichzelf geloven. Ze worden krachtiger en sterker. Daar worden ze zó blij van en ik ook. En trouwens de vrijwilligers ook.” Dan na een korte stilte: “Taalent helpt mensen om hun leven op te pakken. Taalbeheersing is keihard nodig, maar het is vooral fijn als je kunt gaan genieten van het lezen van verhalen. Er gaat een hele nieuwe wereld voor je open.” Dat is een mooie boodschap voor de deelnemers, maar is dat ook niet een boodschap voor nieuwe vrijwilligers, om mensen te komen helpen? Sandra: “Ja, we hebben echt een geweldige groep gepassioneerde taalvrijwilligers die vol trots over hun hardwerkende deelnemers praten. Ik word er vaak stil van als ik zie wat voor resultaten zij samen behalen. Het is leuk werk, al die verhalen van mensen. Ik lees heel erg veel, maar ik vind mensen veel leukere ‘boeken’ om te lezen. Ze zijn echt.”
Terug naar het probleem en de noodzaak hulp te bieden. Sandra: “Kinderen die opgroeien in een taalarme omgeving, waar weinig wordt voorgelezen en waar geen boeken zijn, hebben een grotere kans op taalachterstand. Dat is onderzocht. Als een ouder een taalachterstand heeft en dus het lezen voor zichzelf vermijdt, veroordeelt hij of zij het kind tot eenzelfde toekomst. Dat moeten we doorbreken. Daar moeten we hulp bieden. Want die kinders komen anders in dezelfde problemen als hun ouders. Ze gaan ook de brieven niet begrijpen. Ze kunnen niet goed solliciteren en hebben minder kans op goede banen. Ze lopen kans om in een lagere inkomensklasse te komen en zijn vaker langdurig arm. Het gaat van generatie op generatie over.” Maar weten die ouders dat zelf dan niet?
Onbewust“Vaak voelen de ouders het wel. Ze weten dat er een probleem is, maar zijn zich niet bewust van de oorzaak. Deze Almeerders komen bij ons vaak via een omweg beeld, zoals bijvoorbeeld via de schuldhulpverlening. Het klinkt misschien gek, maar het is eigenlijk wel te begrijpen. Je zit als ouder namelijk zelf met dat taalprobleem en in je eentje is daar bijna niet uit te komen. Even een boekje met tips lezen gaat niet, je hebt geen idee dat je bijvoorbeeld recht hebt op toeslagen, want een folder van een hulpinstantie is onbegrijpelijk. Dus raak je erin verstrikt. Je hele wereld bestaat uit het verborgen houden van je probleem en tegelijkertijd alles draaiende houden. Alles gaat om jou en je bent je niet bewust van andere mensen met hetzelfde probleem. Ook niet als dat je eigen kinderen zijn. Machteloosheid en schaamte spelen een grote rol. En het is een taboe. Dat is wel aan het veranderen gelukkig. Mensen durven het steeds vaker toe te geven, omdat ze door krijgen dat er zoveel meer zijn met hetzelfde probleem.”
“Er zijn veel onzichtbare laaggeletterden, ook onder mensen voor wie de Nederlandse taal hun moedertaal is. De meeste mensen nemen (ten onrechte) aan dat het laaggeletterdheid onder anderstaligen het grootst is. Maar twee derde van alle laaggeletterden in Nederland is van Nederlandse afkomst. Het zijn slimme mensen met een goed geheugen en briljante excuses. Vaak hebben ze gewoon een baan of zelfs een eigen bedrijf. Ze zijn superhandig in het verborgen houden van hun achterstand. Iemand doet de administratie voor ze én al het andere papierwerk, daar zijn ze zelf zogenaamd ‘te druk’ voor. Of ze zeggen dat ze een onleesbaar handschrift hebben en dus niets opschrijven, ze zijn hun bril vergeten, dragen mitella’s als ze naar een loket moeten of nemen een formulier mee naar huis om ‘het even rustig door te nemen’. Daar vult hun partner of kind het dan in. Kan je je voorstellen hoeveel tijd en energie het kost om het verborgen te houden? Er is weinig kans dat zij zelf dit verhaal lezen, maar als jij die partner of dat kind bent, lees het dan voor ze voor. En ik zeg tegen iedereen die moeite heeft met taal: bel ons of laat iemand bellen, meld je meteen aan. En bedenk: het is niet raar, je bent de enige niet, er zijn er zoveel meer. Maar jij kunt voor jezelf en voor je kinderen het verschil maken en jezelf een beter leven bezorgen.”
“Er zijn mensen die voortijdig met school zijn gestopt, een praktijkopleiding deden en de taal gewoon steeds minder en minder gebruikten om er na een tijdje achter komen dat ze een probleem hebben met het schrijven of het lezen. Wij kunnen ze helpen!
Er zijn laaggeletterden voor wie Nederlands hun tweede taal is. Niet zelden zijn ze hoog opgeleid. Die weten wat er schort. Wij kunnen ze helpen!
Er zijn veel ouderen die hun taalvaardigheid kwijtraken, gewoon omdat ze in een steeds kleinere wereld komen: niemand om mee te praten. Wij kunnen ze helpen.
Als al deze mensen beter leren lezen en schrijven, gaan zij echt een totaal ander leven leiden.”

Max is een 19 jarige student toegepaste psychologie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is vrijwilliger en bezoekt wekelijks een deelnemer van 9 jaar. Allard is werkzaam als pedagogisch medewerker in de kinderopvang en is ook vrijwilliger, maar dan als projectmedewerker. Hij is de begeleider van Max. En hij is de contactpersoon voor het gezin. Na een kennismakingsgesprek tussen Allard en het gezin, bleek Max hét perfecte maatje.
Vanuit zijn studie bij de Hogeschool van Amsterdam moest Max op zoek naar een stageplek. Zijn studierichting, toegepaste psychologie, gaat eigenlijk niet echt over de psychosociale aspecten van de mens. Het is veel meer een op de praktijk gerichte wetenschap: hoe reageren mensen op bewegwijzering, wat verklaart hun gedrag, hoe kun je dat beïnvloeden? Toch koos Max ervoor om zich bij Humanitas Almere zijn hele stageperiode van negen maanden te verbinden met een 9-jarige deelnemer. Max: “Voor de stage krijg ik mijn benodigde studiepunten, maar daarvoor doe ik dit eigenlijk niet. Ik vond het gewoon leuk om iets te doen dat niet alleen nuttig is voor mij alleen, maar ook voor een ander. In het begin vond ik het best wel moeilijk, maar na een tijdje horen we echt bij elkaar en ik vind het net zo leuk als hij om elke week samen iets te doen. Eerst gaven we elkaar een box, nu is het een knuffel. Het voelt toch ook een beetje als een heel dankbaar jonger broertje. Ook al blijft het wel beperkt tot die ene middag per week.”
Het gaat erom het kind of de jongere een stabiel maatje te geven waardoor het geholpen wordt zich te ontwikkelen. Al op jonge leeftijd leren ze kijken naar zichzelf en kunnen dus ook aan zichzelf werken. Ze groeien, ze durven meer. Max: “We doen heel leuke dingen, maar we praten ook. Het kan best over serieuze dingen gaan: waaraan denk je en waarom denk je er zo over? Wat kun je er zelf aan doen als iets niet gaat zoals je wilt? Het zijn geen zware gesprekken, maar het gaat wel echt ergens over. Het is de bedoeling om de zelfredzaamheid van mijn deelnemer te laten groeien, ook al op die leeftijd, want dan groeit ook zijn zelfvertrouwen en daarna durft hij meer. Dat brengt hem de rest van zijn leven voordeel. Je voelt je ook best verantwoordelijk. Komt ook door het leeftijdsverschil, ik ben 10 jaar ouder.”
In het Match programma van Humanitas gaan getrainde en begeleide vrijwilligers een jaar lang met deelnemers van 4 tot 24 jaar aan de slag. Het is nogal wat dat er elke week iemand voor een uur of vier als een soort extra gezinslid bij komt. Heeft dat niet een groot effect op zo’n gezin? Allard: “Ja, er is een effect, ook al is dat niet het doel van het maatjesproject. Maar het is wel een gunstig neveneffect. Omdat de vrijwilliger zich over een kind of jongere ontfermt, komt er in het gezin ruimte vrij voor rust of aandacht voor andere dingen.” Door het structurele contact met iemand van buiten, komen er ook andere inzichten in het gezin, bijvoorbeeld over de opvoeding. Max licht toe: “Ja, maar de ouder blijft de baas, ik ben geen opvoeder, dat is hij of zij. Als er vragen over de opvoeding komen, dan gaan die naar mijn begeleider.” En daarop vult Allard weer aan: “De projectmedewerkers zijn altijd een vangnet voor de vrijwilligers. Wij staan in contact met de vrijwilligers en ook met de gezinnen. We kunnen snel schakelen. En voor opvoedondersteuning hebben we bij Humanitas andere projecten, dus antwoorden op vragen zijn snel gevonden. Maar nogmaals, de focus licht op het maatje.” Projectmedewerkers en vrijwilligers hebben vrijwel elke maand contact over hoe het gaat. Sowieso is er na een half jaar een evaluatie met deelnemer, ouder(s) en projectmedewerker.
De tijdelijkheid van het maatje is vanaf de eerste dag duidelijk en na een half jaar begint al het bewuste afhechten. Allard: “Het is toch een soort verwachtingenmanagement. Deelnemer en ouder(s) moeten zich niet onverbrekelijk hechten aan een maatje, want na maximaal een jaar houdt het op. En dat moet en kán ook, want heel de begeleiding is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en eigen regie. Dat weten in elk geval de ouders ook. In de praktijk gaat dat goed. Ook al gaat het op een gewone menselijke manier, in bijna speels wekelijks contact, we laten écht iets van waarde achter.” Allard beziet de inzet niet alleen als vrijwilliger bij Humanitas, maar ook vanuit zijn vakdiscipline als pedagoog. Allard: “Ik neem kennis en ervaring uit de praktijk mee naar mijn werk voor Humanitas. En tegelijk ontwikkel ik mijzelf ook door de omgang met vrijwilligers, gezinnen de coördinatoren van Humanitas. Die laatsten zijn onvermijdelijk ook bezig met wetten en regels en ik sla een brug tussen de organisatie en de mensen. Het is goed dat de projectmedewerkers ook vrijwilligers zijn, want daardoor staan ze dichter bij de deelnemers.”
MaatwerkWaarom de perfecte match zo hard nodig is, wil Allard graag extra benadrukken. “Door alle veranderingen in de zorg komen er andere dingen op ons pad. Vragen waarvan we tien jaar geleden zeiden dat ze om professionele hulp vroegen, die pakken we nu vaak tóch op. Gewoon om erger te voorkomen. Het kan best veel verlangen van een vrijwilliger om terecht te komen in een gezin met méér problematiek, maar dat kunnen we dus echt goed aan. Want het project heet niet voor niets: Match! We hebben vrijwilligers in alle soorten en maten. vrijwilligers brengen zo hun eigen ervaringen mee die juist in bepaalde situaties van pas komen. In het gesprek met de kandidaat vrijwilligers wordt goed gekeken naar waar iemand vrijwilliger het beste tot zijn of haar recht komt en of er een goede Match met een maatje kan zijn. Een vrijwilliger geeft zelf een voorkeur aan en daarbij Match je een maatje waarbij die voorkeur zo veel mogelijk tot z’n recht komt. Dat komt de vrijwilliger ten goede en ook zeker het maatje. We zoeken echt het perfecte maatje en dan werkt het!”

Max is een 19 jarige student toegepaste psychologie aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is vrijwilliger en bezoekt wekelijks een deelnemer van 9 jaar. Allard is werkzaam als pedagogisch medewerker in de kinderopvang en is ook vrijwilliger, maar dan als projectmedewerker. Hij is de begeleider van Max. En hij is de contactpersoon voor het gezin. Na een kennismakingsgesprek tussen Allard en het gezin, bleek Max hét perfecte maatje.
Vanuit zijn studie bij de Hogeschool van Amsterdam moest Max op zoek naar een stageplek. Zijn studierichting, toegepaste psychologie, gaat eigenlijk niet echt over de psychosociale aspecten van de mens. Het is veel meer een op de praktijk gerichte wetenschap: hoe reageren mensen op bewegwijzering, wat verklaart hun gedrag, hoe kun je dat beïnvloeden? Toch koos Max ervoor om zich bij Humanitas Almere zijn hele stageperiode van negen maanden te verbinden met een 9-jarige deelnemer. Max: “Voor de stage krijg ik mijn benodigde studiepunten, maar daarvoor doe ik dit eigenlijk niet. Ik vond het gewoon leuk om iets te doen dat niet alleen nuttig is voor mij alleen, maar ook voor een ander. In het begin vond ik het best wel moeilijk, maar na een tijdje horen we echt bij elkaar en ik vind het net zo leuk als hij om elke week samen iets te doen. Eerst gaven we elkaar een box, nu is het een knuffel. Het voelt toch ook een beetje als een heel dankbaar jonger broertje. Ook al blijft het wel beperkt tot die ene middag per week.”
Het gaat erom het kind of de jongere een stabiel maatje te geven waardoor het geholpen wordt zich te ontwikkelen. Al op jonge leeftijd leren ze kijken naar zichzelf en kunnen dus ook aan zichzelf werken. Ze groeien, ze durven meer. Max: “We doen heel leuke dingen, maar we praten ook. Het kan best over serieuze dingen gaan: waaraan denk je en waarom denk je er zo over? Wat kun je er zelf aan doen als iets niet gaat zoals je wilt? Het zijn geen zware gesprekken, maar het gaat wel echt ergens over. Het is de bedoeling om de zelfredzaamheid van mijn deelnemer te laten groeien, ook al op die leeftijd, want dan groeit ook zijn zelfvertrouwen en daarna durft hij meer. Dat brengt hem de rest van zijn leven voordeel. Je voelt je ook best verantwoordelijk. Komt ook door het leeftijdsverschil, ik ben 10 jaar ouder.”
In het Match programma van Humanitas gaan getrainde en begeleide vrijwilligers een jaar lang met deelnemers van 4 tot 24 jaar aan de slag. Het is nogal wat dat er elke week iemand voor een uur of vier als een soort extra gezinslid bij komt. Heeft dat niet een groot effect op zo’n gezin? Allard: “Ja, er is een effect, ook al is dat niet het doel van het maatjesproject. Maar het is wel een gunstig neveneffect. Omdat de vrijwilliger zich over een kind of jongere ontfermt, komt er in het gezin ruimte vrij voor rust of aandacht voor andere dingen.” Door het structurele contact met iemand van buiten, komen er ook andere inzichten in het gezin, bijvoorbeeld over de opvoeding. Max licht toe: “Ja, maar de ouder blijft de baas, ik ben geen opvoeder, dat is hij of zij. Als er vragen over de opvoeding komen, dan gaan die naar mijn begeleider.” En daarop vult Allard weer aan: “De projectmedewerkers zijn altijd een vangnet voor de vrijwilligers. Wij staan in contact met de vrijwilligers en ook met de gezinnen. We kunnen snel schakelen. En voor opvoedondersteuning hebben we bij Humanitas andere projecten, dus antwoorden op vragen zijn snel gevonden. Maar nogmaals, de focus licht op het maatje.” Projectmedewerkers en vrijwilligers hebben vrijwel elke maand contact over hoe het gaat. Sowieso is er na een half jaar een evaluatie met deelnemer, ouder(s) en projectmedewerker.
De tijdelijkheid van het maatje is vanaf de eerste dag duidelijk en na een half jaar begint al het bewuste afhechten. Allard: “Het is toch een soort verwachtingenmanagement. Deelnemer en ouder(s) moeten zich niet onverbrekelijk hechten aan een maatje, want na maximaal een jaar houdt het op. En dat moet en kán ook, want heel de begeleiding is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en eigen regie. Dat weten in elk geval de ouders ook. In de praktijk gaat dat goed. Ook al gaat het op een gewone menselijke manier, in bijna speels wekelijks contact, we laten écht iets van waarde achter.” Allard beziet de inzet niet alleen als vrijwilliger bij Humanitas, maar ook vanuit zijn vakdiscipline als pedagoog. Allard: “Ik neem kennis en ervaring uit de praktijk mee naar mijn werk voor Humanitas. En tegelijk ontwikkel ik mijzelf ook door de omgang met vrijwilligers, gezinnen de coördinatoren van Humanitas. Die laatsten zijn onvermijdelijk ook bezig met wetten en regels en ik sla een brug tussen de organisatie en de mensen. Het is goed dat de projectmedewerkers ook vrijwilligers zijn, want daardoor staan ze dichter bij de deelnemers.”
MaatwerkWaarom de perfecte match zo hard nodig is, wil Allard graag extra benadrukken. “Door alle veranderingen in de zorg komen er andere dingen op ons pad. Vragen waarvan we tien jaar geleden zeiden dat ze om professionele hulp vroegen, die pakken we nu vaak tóch op. Gewoon om erger te voorkomen. Het kan best veel verlangen van een vrijwilliger om terecht te komen in een gezin met méér problematiek, maar dat kunnen we dus echt goed aan. Want het project heet niet voor niets: Match! We hebben vrijwilligers in alle soorten en maten. vrijwilligers brengen zo hun eigen ervaringen mee die juist in bepaalde situaties van pas komen. In het gesprek met de kandidaat vrijwilligers wordt goed gekeken naar waar iemand vrijwilliger het beste tot zijn of haar recht komt en of er een goede Match met een maatje kan zijn. Een vrijwilliger geeft zelf een voorkeur aan en daarbij Match je een maatje waarbij die voorkeur zo veel mogelijk tot z’n recht komt. Dat komt de vrijwilliger ten goede en ook zeker het maatje. We zoeken echt het perfecte maatje en dan werkt het!”
In het voorjaar van 2018 verspreiden we van Humanitas Almere een huis-aan-huiskrant. Almeerder Jörgen Raymann kwam in de daaraan voorafgaande maanden in het nieuws omdat hij een openhartig boek schreef over zijn financiële tegenslag. Omdat geldzaken een van de Humanitas thema’s is, vroegen we hem of hij zijn ervaringen met ons wilde delen.
Jörgen Raymann: “Ik ben er nog niet uit, maar wel op de goede weg. Ik heb zeker geluk gehad, een vriend leende mij wat geld. Maar anders waren we er ook wel uitgekomen. Want we hebben wel flink gas terug genomen. Je moet inleveren, meteen. En het maakt echt niet uit hoe groot je kring is of hoe bekend je bent. Voor mij is het probleem misschien een paar ton en voor anderen misschien 25 duizend. Het bedrag is anders, maar het probleem niet en de manier om er uit te komen ook niet.”
“Hoe kom je eruit? Dit is het antwoord: als je in de shit komt, moet je meteen in beweging komen. Begin direct met het op te lossen. Ga het er met je familie en vrienden over hebben. Dan gebeurt er ook iets moois. Als gezin kwamen we dichter bij elkaar. Onze kinderen zijn bewuster geworden, die stappen heus niet in dezelfde valkuil. Dat is toch een goede uitkomst.”
“Op social media zie je hoe goed het met andere mensen gaat en dan denk je: “waarom heb ik het verkloot?’ Maar online is een grote leugen, iedereen doet net alsof hij een geweldig leven heeft. Er zijn er zat die in de shit zitten en de schone schijn ophouden. Ik begrijp het wel, het is statusangst. Dat had ik ook, daar moet je meteen doorheen. De meeste mensen durven het niet uit te spreken als ze in de problemen komen, maar je hebt ze wel nodig om de volgende stap te kunnen zetten. Het begint met je partner en kinderen. En daarna je schuldenaren. Want als je het eerlijk speelt, willen ze wel met je doorgaan. En weet je hoe dat komt: omdat iedereen wel begrijpt dat zoiets je kan overkomen.”
“Mensen waren zó verbaasd dat ik er open over was dat ik in de geldproblemen kwam. Dat is blijkbaar not done. Waarom niet? Als je in Amerika drie keer failliet gaat en opnieuw begint, vinden ze je gerijpt. Hier is het een schande. Nou, ik schaam me er niet voor! Ik heb niemand kwaad gedaan, ik heb mijn geld niet oneerlijk verdiend. Oké, ik heb het niet slim aangepakt, weg geld. Stom. Maar duiken heeft geen zin, drinken ook niet, dan kom je er niet uit. Omdat ik open ben geweest, kom ik er ook sneller uit. Ik heb vanaf het begin gezegd: ‘ik wil er in drie jaar uit zijn’. Ik ben nu goed op weg. Het komt goed.”
“In het begin was ik zó gestrest. Drie keer per dag keek ik naar m’n bankrekening. Alsof daar ineens een wonder was gebeurd. Ik een paar maanden over de rooie geweest. Dat is een hele slechte raadgever. Want als je gestrest bent, gaat je IQ omlaag. Dan doe je niet de goede dingen. Ik zat elke dag nieuwe programma-formats te bedenken en dan ging ik naar de televisie en vonden ze het weer niks. Dan kom je geen stap vooruit dus. De stress moet eruit en je moet je concentreren op het werk dat je uit de problemen moet halen. Wat mij hielp, was het besef dat ik er op dat moment toch niets meer aan kon doen. Het was gebeurd, terugdraaien kan niet. Je kan alleen maar vooruit. Optimisme is een keuze. Zoek en koester de positieve dingen.”
Hulp vragen“Optimistisch zijn is niet altijd gemakkelijk. Maar je bent niet in je eentje verantwoordelijk voor alles wat in je leven gebeurt. Dat is niet zo. Er zijn altijd factoren waaraan je niets kunt veranderen. Maar hoe je ermee omgaat, daar ben je wel zelf de baas over. Concentreer je dus op dingen die je zelf kunt veranderen. Want de dingen die je zélf kúnt doen zijn de dingen die je móet doen. Stel je zelf de vraag: ‘wat kan ik wel doen en wie kan mij daarbij helpen?’ Durf gewoon die hulp te vragen. Ook als je geen netwerk hebt, is er gelukkig nog een vangnet, zoals dat van jullie, van Humanitas. Echt, geldproblemen, dat kan iedereen overkomen en voor iedereen is er ook hulp.”
“Eruit komen betekent dat je soms grote en soms kleine stappen moet maken. Maak lijstjes. Waarop kun je snel bezuinigen? Dingen waarvan je eerst dacht dat je niet zonder ze kunt, blijken ineens heel gemakkelijk op te geven. En in Nederland heb je altijd nog goed. Tachtig procent van de rest van de wereld heeft het slechter. Je wordt er zelf niet rijker van als je bedenkt dat andere mensen armer zijn, maar het relativeert je problemen wel. Je gaat anders naar jezelf aan kijken. Het mag het best even over jezelf gaan, dat moet. Dat is niet egoïstisch, het is nodig. Want alleen als je zelf weer in orde bent, kun je ook weer wat voor anderen betekenen.”
“Ik was best een arrogante klootzak geworden. Alles liep op rolletjes. Ik ben toch zeker King Raymann, wat kan mij nou gebeuren. Nou, als je dan aan de grond komt te zitten, is dat wel confronterend. Even oplossen ging ook niet, alle deuren bleven dicht, overal liep ik tegen muren aan. Dan denk je: ‘hoe kan dat nou, ik verkocht een zaal van 800-900 man uit, hoe kunnen ze mij niet willen?’ Dat doet pijn. Anderen zetten je op een voetstuk, maar je moet er zelf vanaf stappen. Ik ben dankbaar voor de nederigheid die ik daardoor terug gevonden heb. En nu? Een zaal met 200 mensen omarm ik, daar ben ik dankbaar voor. Ik sta nu op een podium zonder decors met alleen een gitarist. Het is de leukste show van mijn leven. Ik ben gedownsized en het tegelijk geüpgraded.”
We willen het niet té gemakkelijk maken. In de woordzoeker staan 26 woorden verborgen. Maar als je de 25 opgegeven woorden uit het spel (in de krant) weg streept, blijven de letters over die niet zijn doorgestreept en die samen een belangrijke boodschap vormen. Vul die oplossing in op ons deelnameformulier en doe mee aan ons gratis kansspel om een mooie poster te winnen. Iedereen die in Almere woont kan met één inzending meedoen.
De sluitingsdatum was woensdag 27 juni 2018. De loting vindt plaats door blinde trekking uit de inzenders die tijdig het juiste antwoord hebben ingezonden en het deelnameformulier correct hebben ingevuld. De winnaar ontvangt in juli bericht en de poster wordt daarna naar het huisadres gezonden. De uitslag is bindend, we corresponderen er niet over.
Je kon kiezen uit de 20 Almeerse stadsgezichten die je hieronder ziet.
[widgetkit id=”44″ name=”DagAlmere Xpozer”]
De inzendtermijn is verstreken, je kunt niet meer deelnemen.
Hier kun je meer lezen over de bijzondere wandposters van Xpozer. Het is een heel succesvolle Nederlandse uitvinding. Je bestelt je poster echter niet bij Xpozer, maar geeft je keuze aan in het deelname formulier. Wij bestellen namelijk de poster voor jou en zorgen dat je ‘m thuisbezorgd krijgt.
We gaan zorgvuldig om met de privacy en persoonsgegevens van iedereen die met Humanitas te maken heeft. Dus ook met de deelnemers aan onze verloting. Hieronder lees je wat we doen met jouw deelnamegegevens.
Gegevens. We vragen je voor deelname enkele noodzakelijke gegevens. Namelijk je e-mailadres, voornaam en achternaam. We hebben ze nodig om je de prijs toe te sturen als je de winnaar bent. Je krijgt namelijk een e-mail als je de winnaar bent, je moet ons dan je huisadres laten weten en daarna de prijs thuisgestuurd. Je gegevens worden alleen gebruikt voor de verloting van de Xpozer fotoposter. Na verloting en verzending worden de gegevens van alle inzenders verwijderd.
Toegang. Slechts enkele mensen hebben toegang tot de website van Humanitas Almere en daarom ook tot jouw gegevens. Dat zijn: enkele medewerkers van Humanitas Almere, een enkel persoon van ondersteunend communicatiebureau Prospero Almere en een enkel persoon van een ondersteunde webbureau WSOnline. Geen van hen deelt of verspreidt jouw gegevens.
Veiligheid. De website van Humanitas Almere is goed beveiligd, staat onder dagelijkse controle van een professioneel bureau en de data is gehuisvest bij een zeer gerenommeerde internet service provider.
Voor je het weet zit je in de schulden. Is dat raar of dom? Nee, het kan iedereen overkomen. Door verkeerde keuzes, maar ook na een ziekte, baanverlies of een scheiding. Weer grip krijgen is moeilijk. Want er is angst, schaamte en het taboe. En door de stress gaan onze hersens minder functioneren. Knappe kunst om uit zo’n valstrik te komen. Kan dat?
Op de foto laat Hetty – met een knipoog – zien hoe het financiële uitzoekwerk er kan uitzien.“Ja, met hulp en goede wil,” zegt Hetty, projectcoördinator van Budgetmaatjes van Humanitas Almere. Als het over ‘haar’ mensen en hun geldzaken gaat, toont ze veel inlevingsvermogen en een grote betrokkenheid. “Binnen de projecten zien we jong volwassenen, een- en tweeoudergezinnen, ouderen, alleenstaanden, nieuwe Nederlanders, laaggeletterden en ondernemers. En al die mensen hebben het er heel erg moeilijk mee.”
Overzicht
“Veel mensen vinden het lastig om bij te houden waar het geld heen gaat. De huur, mobiele telefoon, internet heb je wel in je hoofd, maar belastingen, afrekeningen van gas, water, licht, ziektekosten of online aankopen meestal niet. Het zijn onregelmatige bedragen en momenten. Plus, de facturen en afschriften gaan allemaal elektronisch, ze vallen niet meer op de deurmat. Je raakt gemakkelijk het overzicht kwijt.”
“Er is een schuld, maar geen schuldvraag.”
Hulp
“We helpen mensen hun vaardigheid te vergroten en om (weer) op zichzelf te vertrouwen. Onze vrijwilligers hebben verstand van geldzaken en kijken oordeelloos naar de situatie. Er is een schuld, maar geen schuldvraag. Na maximaal één jaar ondersteuning, kunnen ze verder zonder hulp. Accepteren dat je een probleem hebt en hulp vragen is misschien het moeilijkst. Ben je daar doorheen, wordt het niet meteen leuker, maar wel gemakkelijker.”
“Iemand die in de problemen zit of ze ziet aankomen, kan terecht bij Humanitas. Wij zorgen dat je op de juiste plek komt. En we hebben een heel team klaar staan. Kom maar op!”
Geldzaken
Humanitas Almere helpt mensen met hun financiën, administratie en schulden in de projecten TOSS (Team Ondersteuning Schuldstabilisatie), Budgetmaatjes en Get a Grip. Die laatste richt zich op de doelgroep 16-27 jaar.
“We onderscheiden bij Humanitas twee groepen met eenzaamheid,” legt Noortje uit. “De ene zou je ‘gewone’ eenzaamheid kunnen noemen, die is soms ongemerkt ontstaan. Daarvoor hebben we vrijwilligers die huisbezoeken doen. Is die eenzaamheid het gevolg van een verlies, bijvoorbeeld een partner die is overleden, dan bieden we ‘steun bij rouw’.” Noortje is als projectcoördinator verantwoordelijk voor het koppelen van eenzame deelnemers aan vrijwilligers die dezelfde ervaring hebben.
Noortjes deelnemers en vrijwilligers wandelen vaak in het park, voor het interview deden we dat ook.HuisbezoekNoortje vervolgt: “We noemen het wel Huisbezoek, maar het is veel breder. De vrijwilligers bezoeken de deelnemers niet alleen thuis. Het park is bijvoorbeeld heel populair om samen naar toe te gaan. Huisbezoek is er voor mensen die een tijdje een maatje nodig hebben. Er is soms niet eens een duidelijk oorzaak voor hun eenzaamheid, het is gewoon ontstaan. Ze komen bij ons binnen via een verwijzer; de huisarts of een wijkteam. Familieleden melden vaak een alleen achtergebleven ouder aan. En de derde groep zijn deelnemers zelf. Soms hebben ze er al anderhalf jaar mee geworsteld en komt het er ineens uit: ‘ik kan nu zeggen: ik voel me eenzaam.’ Dat is een bevrijding en meteen het begin van de vooruitgang.”
“Rouw ontstaat doordat je iets kwijt bent geraakt. Het is er in alle soorten. Iedereen denkt meteen aan een verlies door de dood van een dierbare. Als je je hele leven die ene partner had, je bent misschien al wat ouder en je sociale omgeving is uitgedund en dan kom je ineens alleen te staan. Dat is niet gemakkelijk, dat begrijpt iedereen. Maar wie zijn baan kwijtraakt, heeft net zo goed een verlies te verwerken. En dat is een grote groep deelnemers. Je bent niet alleen je werk kwijt, maar ook al je contacten daar. Geen praatje bij de koffie meer of iemand die even tegen je zei dat je iets goed hebt gedaan. Als je je dan gaat afvragen over wat je eigenlijk nog waard bent zonder die baan en je hebt niemand om dat te bespreken; dan slaat de twijfel toe.”
‘Eenzaam betekent niet: mislukt.’
Noortje: “Het begrip eenzaamheid kan een sfeer van mislukking oproepen. Onterecht. Er kan je nou eenmaal zoveel overkomen in het leven, dingen waar je niet voor kiest: een baan, een verhuizing of je niet begrepen voelen. Hierdoor kan je leven zo veranderen dat je aansluiting bij de mensen om je heen misloopt. Eenzaamheid is eigenlijk normaal, het hoort er soms bij. En als het als problematisch wordt ervaren is er Humanitas. En als ze bij ons komen, komen ze erachter ze het zichzelf ten onrechte verwijten.”
Iemand die eenzaam is, kan snel met ons in contact komen. Na je aanmelding is er eerst telefonisch contact en daarna gaat een projectmedewerker bij deelnemer langs om kennis te maken. We werken helemaal vraaggericht: wat mis je en wat wil jij bereiken in het jaar dat je een vrijwilliger hebt? We zoeken de meest passende vrijwilliger. Want de meeste vrijwilligers putten uit eigen ervaring, je krijgt dus iemand die jouw eenzaamheid helemaal begrijpt en bij je past.
Noortje: “Met een vrijwilliger is de eenzaamheid meestal vlug verdwenen. Maar je weet: die vrijwilliger maximaal één jaar, dus je gaat er al meteen aan werken om daarna niet opnieuw eenzaam te worden. De deelnemers zien het vaak zelf niet, in het begin, maar eigenlijk hebben ze het gewoon in zich om niet-eenzaam te zijn. De boodschap van de vrijwilliger is dan ook: ‘jij hebt mij nu even nodig, maar jij kunt dit in principe heel goed zelf.’ Het geloof van een deelnemer in zichzelf groeit in de loop van zo’n jaar. En daarna kunnen ze het ook echt zelf.”
Onze omgeving kan niet goed omgaan met mensen die te maken hebben met een verlies. Je kunt het verdriet van een ander namelijk niet wegnemen, want een verlies is een verlies. Wat er was, dat is er niet meer. Dat kun je dus niet oplossen. Onze vrijwilligers kennen dit uit hun eigen ervaring. Nu willen ze andere mensen helpen door de ander uit te nodigen hun verhaal te vertellen en dat schenkt ze grote voldoening, ze worden er allebei gelukkiger van. Hoe mooi is dat!